Catch & Release
Monday 05 March 2007

 De laatste tijd is er in de diverse forums (o.a. Total Fishing) veel gezegd en geschreven over. Catch & Release.

Verschillende voor,- en tegenstanders bestookten elkaar op vriendelijke of minder vriendelijke wijze met argumenten waarom het meenemen van vis door sportvissers wel of niet aanvaardbaar is. Waar gaat het om? Laten ik eens proberen een aantal zaken op een rijtje te zetten.

Nederland is een in z'n algemeenheid visrijk land. Naast een puike witvisstand (volgens sommige wel eens een al te puike) kennen we op veel wateren ook een goede roofvisstand. Zo is de snoekstand, zeker in vergelijking met die bij onze Zuider,- en Oosterburen erg goed te noemen.

Hiervoor zijn er meerdere redenen aan te geven:
  1. De toegenomen waterkwaliteit (grotere doorzicht)
  2. Beter waterbeheer (bijvoorbeeld het creeren van onderwater begroeiing)
  3. Een in de afgelopen decennia ontstane mentaliteitsverandering waardoor het terugzetten van gevangen snoek regel is geworden (in sommige wateren zelfs verplicht is geworden). Catch & Release dus.

De belangrijkheid van deze drie factoren kan uiteraard van water tot water verschillen. Toch zullen er maar weinigen zijn die de derde factor, Catch & Release, niet als een zeer belangrijke en in veel gevallen zelfs de belangrijkste factor zien als het gaat om onze goede snoekstand. Als het merendeel van de snoekvissers zijn vangst mee naar huis had genomen, dan had de situatie er hoogstwaarschijnlijk geheel anders uitgezien.

Als we kijken naar .onze. vis, de snoekbaars, is er een andere tendens te bespeuren. Misschien zelfs wel een precies omgekeerde. Door het helderder wordende water is de snoekbaarsstand heel langzaam aan het afnemen. Het daardoor ontstane tekort aan Predators (verhouding roofvis/witvis) zou wel een kunnen worden opgevuld door de snoek en in mindere mate misschien ook wel door de .nieuwkomers. (in sommige gevallen) roofblei en meerval.

Voor alle duidelijkheid; dit geldt dus voor wateren die zogezegd door externe factoren in een omslagproces zitten van een meer eutroof water naar helder water. Simpel gezegd van een snoekbaars biotoop naar een type snoekbiotoop. Hoewel ik het niet kan bewijzen (en ik ben bovendien geen bioloog) zegt mijn gezonde boeren verstand mij dat op dit type water dit proces enorm versneld gaat worden als de aanwezige snoekbaars (die dus zoals gezegd toch al onder druk staat in deze wateren) in groten getale wordt verwijderd. Bijvoorbeeld door sportvissers, beroepsvissers of door stropers. Ik laat hier overigens de vermeende factor .aalscholver. bewust buiten beschouwing omdat deze factor volgens mij erg overdreven word en vooral door beroepsvissers in het leven geroepen schijnt te zijn om te kunnen jammeren over slechte vangsten in de hoop daarvoor te worden gecompenseerd (sorry mannen). In dit licht bezien kun je dus met het oog op een duurzame snoekbaarstand beter erg voorzichtig omgaan met deze snoekbaars. Op die manier zouden wij, ondanks de door externe factoren enigszins onder druk staande snoekbaarsstand, nog heel lang genieten van onze visserij.

Op de grote/stromende wateren zal het bovengenoemde proces niet of niet noemenswaardig aan de orde zijn. Door een permanente omwoeling (scheepvaart/stroming/eutrofe bodem) zullen deze wateren nooit helder worden en dus in beginsel een perfecte biotoop blijven voor onze geliefde snoekbaars. Toch zien we ook op heel veel van deze wateren de snoekbaarsstand achteruit gaan. De oorzaak op deze wateren is bijna altijd gelegen in het teveel ontrekken van snoekbaars aan deze wateren. De natuur zal hierop reageren door het produceren van grote hoeveelheden jonge snoekbaars om de ontstane onbalans te trachten te compenseren. Met als gevolg, en dit zien we ook daadwerkelijk op veel wateren, een snoekbaarsstand die volledig uit balans is en vooral bestaat uit kleinere vissen. Om deze wateren weer in balans te brengen kun je volgens mij maar één ding doen; zo min mogelijk snoekbaars aan deze wateren ontrekken.

Ervan uitgaande dat bijna alle wateren in Nederland tot één van de twee bovengenoemde typen wateren behoren, maakt het niet zo moeilijk te bedenken dat het, met het ook op een goede snoekbaarsstand wenselijk is zoveel mogelijk gevangen snoekbaars weer te laten zwemmen. Hebben we daarmee een antwoord in de discussie tussen de voor en tegenstanders van Catch & Release? Nee, zo eenvoudig in het natuurlijk niet. Dat het terugzetten van snoekbaars in praktisch alle gevallen beter is voor de snoekbaarsstand lijkt me vrij duidelijk. Daarbij moet ik nog wel aantekenen dat er een groep bestaat die beweert dat als er helemaal geen snoekbaars aan een water wordt ontrokken dit een negatief gevolg voor de snoekbaarsstand zou hebben omdat deze in dat geval zou gaan bestaan uit slechts enkele grote tot zeer grote exemplaren. Ik zei het al, ik ben geen bioloog, maar ik geloof niet zoveel van dat verhaal. In theorie en in uitzonderlijke gevallen zal dit best wel kunnen kloppen maar ik denk dat het aantal wateren dat hiervoor in aanmerking komt danwel waar dit op dit moment aan de orde is in geheel Nederland op de vingers van 1 hand te tellen zijn (en anders zou ik graag in het bezit komen van een lijstje van deze wateren, maar dit geheel terzijde.)


Eating Size?
Toch worden er in de discussies vaak zinvolle argumenten en meningen aangedragen;

  1. Het meenemen van vis rechtvaardigt de hengelsport in zijn algemeenheid.
  2. Als wij (de sportvissers) onze snoekbaars terugzetten zullen de stropers of beroepsvissers ze alsnog vangen en meenemen (als wij het niet doen, doen zij het wel)
  3.  Als wij (wederom de sportvissers) onze snoekbaars terugzetten blijft er meer vis over, en zullen de beroepsvissers een hoger quotum toebedeeld krijgen. Zodoende zal het terugzetten (door de sportvissers) dus geen enkel positief effect hebben op de snoekbaarsstand.
  4. Het eten van vis is gewoon erg lekker.

Daarnaast zijn er nog vissers die vinden dat het een goed gevoel geeft de zelf gevangen vis te doden en op te eten.

Wat opvalt, is dat bijna alle voorstanders van het (beperkt) meenemen van vis uitsluitend spreken over snoekbaars. Zeevis en forel daargelaten. Ook de grootste pleiters voor het (moeten kunnen) meenemen van vis hebben het praktisch nooit over het meenemen van bijvoorbeeld karper of snoek (zouden ze dit wel doen dan zouden ze vermoedelijk 99% van sportvissend Nederland over zich heen krijgen). Bij snoekbaars ligt dat vreemd genoeg geheel anders. Wat bij de ene vis geheel ondenkbaar is, is voor de andere geaccepteerd. Natuurlijk, snoekbaars smaakt (volgens sommigen helaas. ) veel beter als snoek, om noch maar te zwijgen over bijvoorbeeld karper. Maar laten we eens kijken naar de genoemde argumenten;

1.Door het meenemen van vis, danwel het propageren daarvan, zou het eenvoudiger zijn de sportvisserij (het uitsluitend voor ons plezier vangen van vissen), aan de niet vissende meerderheid in dit land uit te leggen en te rechtvaardigen. Door aan te geven gevangen vis mee te nemen en te consumeren zal er meer begrip ontstaan voor de hengelsport en zullen er minder tegenstanders zijn. Tja, ik moet zeggen dat ik wel een beetje gevoelig ben voor dit argument. Alhoewel ik geen zinnig woord kan zeggen over het eventuele waarde ervan. Maar ik kan mij voorstellen dat niet-vissers, die vaak niets begrijpen van ons sportvissers, meer begrip voor ons zullen hebben als we de gevangen wis ook daadwerkelijk vis meenemen en op consumeren. Maar een zwaktebod vind ik het wel. Bovendien gaat het zoals gezegd altijd alleen over het meenemen van snoekbaars en nooit over bijvoorbeeld snoek of karper. Blijkbaar mag de snoekbaars worden opgeofferd om zodoende ongestoord te kunnen blijven vissen op de overige vissoorten. Tja, en daar heb ik, als BVSV-er, behoorlijk moeite mee. Bovendien heb ik in mijn eigen omgeving nog nooit meegemaakt dat mensen het niet vinden kunnen dat ik mijn gevangen vis weer terugzet. Een beetje vreemd, dat wel, maar dat is volgens mij iets anders als dat ze de hengelsport om die reden zouden veroordelen. Maar toch, er zit denk ik wel een kern van waarheid in het genoemde argument, alhoewel ik denk dat we de waarde ervan ook weer niet moeten overdrijven.2.Dit vind ik een waardeloos argument. Met dergelijke argumenten is alles wat krom is recht te praten.               Zonder moraliserend te willen zijn gaat met deze mentaliteit de maatschappij naar de bliksem.

3. Als dit argument al opgaat, geldt dit alleen voor die wateren waar ook de beroepsvisserij op             snoekbaars mag vissen. Sinds de komst van de VBC;s (die overigens nog lang niet overal zijn opgericht en/of operationeel zijn) zullen dit er vermoedelijk wel steeds meer worden. En inderdaad zullen dan op basis van bestandsgegevens quota verdeeld gaan worden en dus ook worden toegekend aan beroepsvissers. In theorie klopt het dan dat als wij sportvissers meer snoekbaars terugzetten er meer overblijft en er dus meer zou kunnen worden toegekend aan de beroepsvissers.
Op dit moment is er nog maar nauwelijks sprake van een dergelijke situatie, als die er al is. Dit omdat het fenomeen VBC nog erg nieuw is en er nog nauwelijks sprake is van een gedegen monitoring op basis waarvan een quotum snoekbaars aan onze vrienden beroepsvissers kan worden toegekend. Begrijp me niet verkeerd, er wordt door beroepsvissers al heel veel snoekbaars weggevangen. Maar dit heeft niets te maken met een situatie waarin door het terugzetten van snoekbaars door ons sportvissers er meer vis is overgebleven waar deze beroepsvissers dan weer zouden profiteren. Die snoekbaars hadden ze (de beroepsvissers) toch wel weggevangen. Meestal gaat n.l. om visrechten die deze beroepsvissers al heel lang in hun bezit hebben. En welke dus niet zijn uitgegeven op basis van bestandsgegevens zoals gevraagd in de VBC.s. Tot nu toe gaat dit argument dus m.i. niet op. Eventueel zou dit in de toekomst, op bepaalde wateren, wel een rol kunnen gaan spelen.

4. Tja, daar is niets tegen in te brengen. Al denk ik dat de vanger in de meeste gevallen meer plezier beleeft aan het vissen en vangen van de vis dan aan het eten ervan, hoe lekker dan ook.

Samengevat:
Alle argumenten samengevat en beoordeeld te hebben kan ik niet anders dan het propageren van Catch & Release. Natuurlijk is dit mijn persoonlijke mening. En de laatste tijd kreeg ik als voorstander van Catch & Release bijna het gevoel een eersteklas sukkel te zijn, moest ik sommige reacties serieus nemen. Sommige vissers vinden dat het begrip Catch & Release volledig is doorgeslagen. En vinden dat Catch & Release gelijk staat aan het veroordelen en verketteren van elke vorm van vis-meenemen. En misschien zijn sommigen in hun enthousiasme inderdaad wel eens doorgeslagen. Ik, en dat geldt ook voor de vele snoekbaarsvissers die ik persoonlijk ken, heb er geen enkel probleem mee als sportvissers één of twee snoekbaarzen voor eigen gebruik meenemen. Voor mij persoonlijk ligt daar dan echter wel de grens. Het meenemen van méér snoekbaarzen, ondanks dat dit in sommige gevallen was toegestaan vind ik om de eerder genoemde redenen onverstandig en ongewenst, alle goede argumenten ten spijt.

De gevoerde discussie over Catch & Release is niet nieuw en zal vermoedelijk nog wel vaker gevoerd gaan worden. En daar is natuurlijk niets mis mee. Belangrijk is wel dat we als snoekbaarsvissers, ondanks de meningsverschillen op sommige punten, ons naar buiten toe als één groep kunnen profileren. Om zo onze gezamenlijke belangen te behartigen.

Met vriendelijke groet,

Michel Rijnberg
Voorzitter BVSV