"VBC wel en wee"
Monday 17 September 2007
"VBC wel en wee"
 

Toen Aart Kuit me vroeg iets over het werken binnen de VBC’s te schrijven, was ik daar gelijk voor te vinden. “schrijf maar een eind weg, je krijgt van ons alle ruimte” liet Aart me weten.

In de eerste instantie lijkt dat een makkelijke opdracht. Er zijn enorme verschillen in de denkwijze van de verschillende partijen. Zelf heb ik van meet af aan meegekregen dat VBC’s er vooral zijn om de mogelijkheden te zoeken de beroepsvissers meer ruimte te geven schubvis te benutten

Een VBC ofwel, Visstand Beheers Comissie, bestaat uit afgevaardigde van de waterbeheerder, de sportvisserij en beroepsvisserij. Samen moeten ze de visstand beheren.

De waterbeheerders, waterschappen en de rijkswaterstaat, hebben de taak te waken en werken aan de waterkwaliteit. Vaak staat hun beleid haaks op dat van de sport en beroepsvisserij.

Bedenk hierbij dat helder water vaak synoniem is voor een geringe biomassa vis. De sportvissers zijn ervan overtuigd dat het beroep geen visstand beheren kan. Het beroep wil eerst vis benutten. En die drie samen in een comissie laten streven naar een voor alle aanvaardbare visstand, is geen siniacure.

De vraag of een VBC nodig is, kan echter met een volmondig JA beantwoord worden.

Een VBC moet er zijn om de visstand te beheren en naar mijn mening waar mogelijk een natuurlijk evenwicht in de visstand nastreven.

De laatste 500 miljoen jaar heeft de natuur dat steeds geregeld. En gezien de enorme diversiteit aan vissen is dat zo gek niet gegaan. De laatste honderd jaar doen wij dat in de nalatenschap van de natuur zelf. En toenemend zo intensief, dat we in 60 jaar tijd een monument van 500 miljoen jaar hebben gesloopt.


 Slinkende visstand
Wereldwijd gaat het met de visstand verkeerd. Denk aan de dramatische ontwikkelingen rond de tonijn of de vissen in onze eigen Noordzee. Dat het ook niet goed gaat met de visstand in onze binnenwater, is geen geheim.

Er wordt door de sport- en beroepsvissers veel te veel vis weggevangen. Dat is niet best, maar erger is het dat de situatie steeds gebagatelliseerd wordt. “Het zijn niet de beroepsvissers”, zeggen de beroepsvissers, die de oorzaak zijn van het compleet wegvangen van visbestanden, “Het zijn vooral externe factoren”. De aal heeft het slecht omdat de krachtcentrales de vis vermalen. Nou, voor een deel is dat ook zo, maar dat is dan wel voor een heel klein deel.

Voorts krijgen de Aalscholvers een rol toebedeeld, maar goed beschouwd heeft het beroep van Nederland de grootse aalscholverkwekerij van Europa gemaakt. En natuurlijk lijdt de aal onder het wegvangen van de glasaal op zee, maar dan zit je alweer bij het beroep.

Zeker, al die factoren spelen een rol, en de laatste een grotere.

Hand in eigen boezem steken is er niet bij. Je hoort geen beroepsvisser over het gegeven dat van elke 700 alen er maar 1 het zoute water bereikt om zich eventueel voort te planten. Ik heb het angstige vermoeden dat kinderen uit groep vier van het basisonderwijs wel kunnen uitrekenen dat je daardoor ook steeds minder intrek van jonge aanwas krijgt.

In dit kader is het wel duidelijk dat een VBC erg nuttig kan zijn deze misstanden bij te sturen.


 Even de hand in eigen boezem steken
Het is niet alleen het beroep dat er een potje van maakt, we kunnen er zelf ook wat van. Steeds vaker lees ik op sites als bijvoorbeeld Totalfishing.nl toptics als “wel of niet meenemen van vis“. Dan gaat het steevast over snoekbaars en in mindere mate zeebaars. “je moet wel vis meenemen, anders heeft vissen geen doel en kunnen de groenen steekhoudende argumenten gebruiken het vissen te veroordelen.“

Zomaar een statement, maar wat een bijval krijgen deze scribenten!

Gek genoeg wordt wel beseft dat snoek en karper absoluut niet discuseerbaar als oogstbare vis is. Vergeten wordt dat in het doorgaande urbaniseren van ons land, sportvissen een prima uitlaatklep is je te ontspannen en dit welzijn broodnodig is de zinnen te verzetten.

En dan wil ik het nog niet eens hebben over de jeugd die aan het water heel wat beter af is dan ergens hangend in een winkelcentrum. Ik schrik er vaak van via deze sites te moeten leren dat ook het onschuldig sportvissen verloederd in het simpel vissen voor de pot. Wij sportvissers nemen namelijk nu al veel te veel snoekbaars mee. Reken maar even met me mee.

Volgens Sportvisserij Nederland hebben we in Nederland 63.000 snoekbaarsvissers. We mogen gemiddeld door het land genomen 3 snoekbaarzen meenemen. Ga je uit van de minimummaat, dan weegt een maatse snoekbaars met kop en inhoud 750 gram. Dan heb je geen dikkerdje hoor, maar 3x 750 = 2.250 gram ofwel, 2,25 kilo. Zo heb je nog niet veel snoekbaarsfilet op je bord. Gemiddeld vissen we een dag per week. Dat doen we dan 40x per jaar. 40x 2,25= 90 kilo snoekbaars. Ja, zo tikt het al aardig aan.

Vermenigvuldigen we die 90 kilo keer 63.000 dan komen we op een totaal gewicht 5670.000 kilo. Ofwel, 5.670 ton aan snoekbaars wat we overigens volkomen legaal aan het water ontrekken.

Water als het Gooi / Eemmeer, het Noordzeekanaal, en veel van de andere grotere wateren worden zo compleet kapot gevist.

Nou vis ikzelf op door de weekse dagen. Je ziet dan vaak heel andere snoekbaarsvissers op het water. Snoekbaarsvissers die zich absoluut niet aan de regels houden en alles meenemen wat gavengen wordt. Tel je het aantal wat zo vist en vergelijk je dat met je eigen vangsten, is de bovenstaande 5.670 ton nog maar een schamele weergave van wat werkelijk met de hengel weggevangen wordt. In alleen deze zaak kan enorm veel tijd gestoken worden dit binnen een VBC goed te regelen.

Er wordt wel over gesproken, maar de te oogsten snoekbaarzen naar een nog kleiner aantal terugbrengen is hier een delicaat onderwerp.

 

 

 Beroepsvissers legen de fuiken en meeuwen vreten de te kleine ' bijvangst'  op

Gedwongen VBC

Een VBC lijkt vaak op een droevige poging een visstand te beheren.

Laten we als eerste niet vergeten dat beroep en sport samen gedwongen in een VBC zitten. Sportvissers zaten er zeker niet op te wachten.

Een VBC is echter door LNV opgelegd. Waar het beroep in gesplitst water vist, moet het beroep zich van zijn beste kant laten zien om zo meer rechten te verwerven.

Immers : van meet af aan zijn VBC’s er om te zien of er ruimte is schubvis door het beroep te laten benutten.

Stukje bij beetje wordt die ruimte verkregen.

Vreemd genoeg is het beroep daar waar ze gelijke rechten heeft helemaal niet happig om zitting binnen een VBC te nemen.

Het geweeklaag van de mannen is niet van de lucht.

Waar een beroepsvisser heerlijke rechten heeft, bepaalt de beroepsvisser zelf wel hoe de visstand beheerd wordt. Sportvissers, denk maar aan het Alkmaardermeer, mogen wel een peperdure vergunning kopen (€ 150,-- per vergunning per seizoen) maar hebben helemaal niets over het beheer van de visstand te vertellen.

Hengelsportverenigingen die schubvisrechten hebben, moeten binnen de VBC wel beroepsvissers toelaten en mee laten denken over het beheren van de visstand. Er wordt om het beroep tegemoet te komen, gewerkt aan bijvangstregelingen.

In netten gevangen schubvis mag dan worden meegenomen. Vaak wordt dit door de sportvissers tegengehouden, maar wat velen niet weten is dat het beroep met zijn schietfuiken al enorm veel schubvis vernielt. Per kilo paling wordt tussen de 10 en 40 kilo schubvis gedood.

Zo kan je berekenen dat alleen al de beroepsvissers op het IJsselmeer meer schubvis vernietigen dan alle aalscholvers in Nederland bij elkaar wegvreten. Nog niet eens zo lang geleden kon je de schade die zo werd aangericht nog redelijk overzien.

Immers: het aalseizoen is over een periode van  wintermaanden niet zo interessant en worden aalfuiken opgeborgen. Dat is voor een groot deel ook verleden tijd.

Waar het beroep bijvangst in fuiken behouden mag, loont het heel het jaar door met fuiken te vissen. Niet alleen voor de vis, maar in toenemende mate ook voor de vangst van wolhandkrabben. Bedenk wel dat daardoor de vernietiging van de schubvis gewoon doorgaat.

Voor de sportvisser betekent dit een GROTE stap achteruit, want heel veel voor de sportvisserij belangrijke soorten, waaronder enorm veel snoekbaars en baars, komen nooit tot wasdom. Sportvissers zitten in de VBC om hun rechten te verdedigen.

We weten ook dat wanneer er niets gegeven wordt het beroep niet meer wil meewerken. Daarmee spat een VBC uiteen.

Functioneert een VBC niet, dan wordt vanuit de overheid gekeken waar eventueel mogelijkheden liggen voor het beroep. Je snapt wel dat met deze stok achter de deur je binnen een VBC vaak ongewenste concessies moet doen.

Eigenlijk is dat gegeven op zich al te gek voor woorden. Wij als sportvissers zijn CHANTABEL! Je moet weer naar cijfertjes kijken om te begrijpen hoe krom de Nederlandse visserij in elkaar steekt.

 

 

 Het pand van LNVOngelijke verdeling

We hebben in Nederland ongeveer 500 beroepsvissers.

Op LNV werken ongeveer 100 ambtenaren op visserij. Met andere woorden, elke vijf beroepsvissers hebben een ambtenaar die voor ze werkt. Het is dus niet zo gek dat de lobby van het beroep ijzersterk is.

In Nederland werken 2000 mensen in de hengelsport. Vier keer zoveel mensjaren, die voor een groot deel met vissen op een duurzame manier bezig zijn. Voor die 2000 mensen, die op hun beurt weer een kleine anderhalf miljoen landgenoten bedienen, werken 2 ambtenaren op de afdeling recreatie…..

Ik denk niet dat die veel tegen de 100 collega’s, die eigenlijk een tegenovergesteld doel dienen kunnen inbrengen.

Ik zelf zou het niet eens proberen. Hoe rechtlijnig er op ambtelijk niveau gedacht wordt, merk je aan de laksheid waarop gewerkt wordt om bepaalde vistechnieken tegen te houden of te verbieden. Denk alleen maar aan het vissen met staande netten.

Natuurlijk doen we ons best het beste van een VBC te maken. Toch ervaar je geregeld dat ook binnen een goed draaiende VBC er maar wat door het beroep gedaan wordt. In bijvoorbeeld de VBC Noordzeekanaal zitten een paar beroepsvissers die wel hun best doen, maar er is er ook een die toch al alle rechten in de havens heeft en niets binnen de VBC doet. Ja, stropen op plekken waar hij niet mag vissen. Daar krijgt hij dan een procesverbaal voor en hoor je als VBC lid dat hij daarna gewoon een vergunning gekregen heeft die toch op min of meer beschermde stukken met staande netten te mogen vissen.

 Dit zijn dan beslissingen door LNV genomen, zonder de betrokken VBC er over te raadplegen. Ook de kleine overheid beslist vaak buiten een VBC om wat een beroepsvisser wel of niet mag. Vergunningen worden klakkeloos gegeven omdat de dienstdoende ambtenaar geen besef van iets als een VBC heeft.

Zou een VBC een rechtspersoon zijn, dan werd het een stuk eenvoudiger en kan je welke ambtenaar ook terugwijzen. Maar helaas, dat is niet zo, een VBC is geen rechtspersoon en moet vaak lijdzaam toezien hoe ongewenst vergunningen gegeven worden.

Net zo frustrerend is het gegeven dat binnen en VBC geen sprake mag zijn van een gemene weidevisserij. Dat betekend water waarin meerdere beroepsvissers werken. Ook dat blijkt een loze kreet.

In de VBC’s waarin ik zitting heb, wordt door elkaar heen door verschillende, tot wel acht, beroepsvissers in hetzelfde water gevist. En ook dat maakt het lastig de koppen in dezelfde richting te krijgen. Vaak gunt de een de ander nog geen halve schub en dat komt de visstand beslist niet ten goede. Je begrijpt dat dit enorm frustrerend kan zijn. Vooral daar waar vergunningen gegeven worden om met staande netten te vissen is de aanslag op de visstand meteen enorm. Als sportvisser wordt je daarmee voor een deel buitenspel gezet.

Immers: volgens de wet moet je een zekere afstand houden van beroepstuigen. Gezien een enkel staand net al vaak 200 meter lang is, en de netten vaak geschakeld worden, kan een compleet water wettelijk onbereikbaar zijn voor sportvissers. En dat geldt vaak ook voor de honderden, soms duizenden, schietfuiken die willekeurig worden neergezet.

Wij als sportvissers zijn nog niet zo slecht af. Buiten de duizenden tonnen vis die zo zinloos vernietigd wordt, komen in Nederland alleen een kleine 75.000 vogels in de netten om. Jarenlang was dit getal op het IJselmeer alleen al 50.000.

Denk er eens over na over al die andere wateren in Nederland waar met staande netten wordt gevist. 25.000 vogels erbij is nog niet eens zoveel. Vergelijk je dat met de grootste olieramp ooit, die met de Exxon Valdez waarin ongeveer 375.000 vogels het leven lieten, doet het beroep in Nederland er ‘maar’ vijf jaar over net zoveel vogels te vernietigen.

 

 

 

 

 

Op verzoek is de illustratie bij dit artikel aangepastVBC en de toekomst

Of een VBC veel toekomst heeft en of er veel goeds ten opzichte van de visstand uit voorkomt, valt te bezien.

De federaties doen hun best, maar vraag je om wat steun, bijvoorbeeld in het bijhouden van een vangstenregistratie, kom je ook bij sportvissers vaak aan een dichte deur.

Ook blijkt telkens weer dat beroepsvissers zich zelden of nooit aan de afgesproken regels houden. Veel te vaak worden we geconfronteerd met beroepsvissers die vis meenemen die ze niet in hun bezit mogen hebben.

In een enkel geval wordt de vergunning ingetrokken waarna ze een maatschap aangaan met een andere visser en gewoon kunnen doorvissen. 

Er zijn gevallen bekend van betrapte beroepsvissers die daarna gewoon door een rechter vrijgesproken worden en er met een dubbele energie tegenaan gaan. Bekend is dat beroepsvissers die een visverbod hebben gekregen, daarna doodleuk door de waterbeheerder ingehuurd worden om proefvisserijen te houden.

Ook binnen de VBC’s zelf gaat het wel eens niet volgens afspraak. Grenzend aan elkaar zadelt de een de ander met netten op. We zullen als sportvissers, en zeker ook als snoek(baars)vissers, nog heel vaak onze neuzen stoten.

We zien nu al ooit geweldige snoek(baars)wateren vernield worden. 

Daarmee wordt het gevaar van totale verloedering op het water alleen maar groter. Een water wat niet de vis produceert wat je verwacht, wordt niet bezocht. Een water wat niet door sportvissers bevist wordt, wordt niet ‘sociaal’ gecontroleerd. En een door de concurrerende sportvissers verlaten water, is het ideaal van elke beroepsvisser.

Daarom blijven we wakker en werken in een VBC om er zo het beste van te maken.

Maar echt leuk? Nou nee, dat is het niet…