| Onnatuurlijke selectie volgens Dr. David Conover |
| Monday 16 July 2007 | |
|
"Het beheren van visbestanden op basis van minimumafmeting is het verkeerde uitgangspunt!" In het kort: “De sterke exemplaren overleven in de vrije natuur." Roofdieren richten zich op de zwakkere, jongere exemplaren. Wat er overblijft zijn de snel groeiende, sterkere en grootste exemplaren die op hun beurt weer bijdragen aan de genenbank. De huidige methodes van visstandbeheer, en die in het bijzonder van de beroepsvisserij, kunnen het natuurlijke selectie proces 180 graden doen omslaan. In plaats van de zwakkeren weg te vangen proberen “visstandbeheerders” met de beste bedoelingen de bestanden te beheren door middel van het laten wegvangen op basis van een minimummaat. De visserijdruk en de daarbij behorende sterfte van de grootste, oudste exemplaren die het meest geschikt zijn om te overleven neemt daardoor toe. Men kan dit een onnatuurlijke selectie noemen, de top predatoren (de mens) brengt deze selectie ten uitvoer.
De overgebleven vissen van de groep waarvan alleen de grote vissen waren weggenomen hadden een lager gemiddelde afmeting en totaal gewicht. Verder was het aantal overgebleven vissen van de groep waarvan alleen kleine vissen waren verwijderd het tweevoudige ten opzichte van de groep waarvan alleen de grote exemplaren waren onttrokken. Het duurde slechts 5 generaties om dergelijke veranderingen te doen ontstaan. Kleinere vissen zorgen voor kleiner nageslacht, die minder kans hebben om te overleven. Een gebrek aan variëteit in deze kleine vissen genenbank maakt deze vissen ook meer vatbaar voor slechte weersomstandigheden met als gevolg een mislukte paaiperiode of ziekte in de populatie. Een tot paaien in staat zijnde populatie bestaand uit veel leeftijdsklassen is stabieler en beter in staat om extreme omstandigheden in het ecosysteem te weerstaan, die van tijd tot tijd voorkomen.
Over het algemeen zou de beste werkwijze kunnen zijn om vissterfte / onttrekking op een zodanig nivo te houden dat er een meer natuurlijke leeftijds- en lengteopbouw in de populatie ontstaat. De nadruk zou moeten worden gelegd op lengtelimiet die de meerderheid van het bestand in de gelegenheid stelt-- in het ideale geval 100% -- van de populatie te laten paaien voordat ze weggevangen worden. Dit zou inhouden dat er een meeneembeperking moet worden opgelegd die ver beneden de maximaal toelaatbare onttrekking ligt (het maximum aan vis dat aan een populatie kan worden onttrokken zonder dat op de lange termijn een gelijkmatige leeftijdsopbouw in gevaar wordt gebracht) en een hogere lengte limiet.
Bron: Bron: Flyfishing in Saltwaters, issue May/ June 2007-07-14 Author: Capt. John Mcmurray, Commentaar (1)
![]() ... geschreven door Joey, June 17, 2008
Naar mijn mening is het échte probleem anders dan dat met de weergave van bovenstaande resultaten wordt geschetst. Immers zijn is er helaas maar 1 verwijderingsproef geweest in plaats van een doorlopende verwijderingscyclus. En de rust die de testgroepen kregen, krijgen de vissen in de natuur niet. Daarnaast is de vraag hoe representatief het onderzoek verder is uitgevoerd. Welke vissen zijn verwijderd, en is de verwijdering tussen de groepen evenredig (genetisch gezien, geslachtmatig gezien etc.). Maar los hiervan: De beroepsvisserij doet iets onnatuurlijks door netten te plaatsen, laten we dat voorop stellen. Vanuit commercieel belang wil de beroepsvisserij door middel van aanbod een vraag bedienen. En daar ligt nu juist het probleem. Want een individuele beroepsvisser, welke achteruit gaat in aanbod wil nu eenmaal niet zijn collega visser, welke een betere visstand kent dat aanbod kado doen. Dit zal er doorgaans toe leiden dat de beroepsvisser de visstand onder druk zal zetten (lees uitputten) om aan zijn eigen inkomstenverwachtingen en wensen te voldoen. Hier wordt de visstand erg kwetsbaar. Ik heb begrip voor de onderzoeksresultaten, maar helaas gaan de onderzoeksresultaten van een situatie uit, welke niet gelijk is aan de toestand van een afzonderlijk water. Laten we eerlijk blijven en zeggen dat het niet vreemd is dat bij overbevissing de maten van de vis steeds kleiner worden. En laten we nu ook eerlijk zijn en onderkennen dat beroepsvissers in dat geval liever geld verdienen aan kleinere vis, dan dat zij zullen teren op hun "spaarcentjes" om de visstand de rust voor herstel te geven. Mijn inziens is dit onderzoek hier meer gebruikt als pleidooi om de visstand verder uit te kunnen putten, dan om de visstand op te bouwen.
Schrijf commentaar
|
Moeite met lezen?
Ctrl + voor grote letters
Ctrl - voor kleine letters
Vanaf 5 maart 2007 :
Bezoekers: 724795- December, 2008
- November, 2008
- October, 2008
- September, 2008
- August, 2008
- May, 2008
- April, 2008
- March, 2008
- February, 2008
- January, 2008
- December, 2007
- November, 2007
- October, 2007
- September, 2007
- August, 2007
- July, 2007
- June, 2007
- May, 2007
- March, 2007
- December, 2006
- August, 2005
- April, 2005
- January, 2005
- August, 2004
- June, 2004
- April, 2002














